zaterdag 4 juli 2015

de woonkamer. onderuitgezakt. rode wijn.

het licht is te fel. 

ik weet niet wat ik voel of waarom. er is alleen het donker en de beat van muziek, gierend door elke vezel van mijn oren en hart, en ik geef me er aan over. ik dans. niemand ziet me, dus het geeft niet. twee wijn. ik ben aangeschoten, en sentimenteel, maar voel me dronken en verschrikkelijk. doe ik mijn ogen dicht, dan vergeet ik alles. de kamer draait en ik draai mee. ik dans op mijn stoel. alleen in mijn eentje voor alleen het scherm dat mij ziet. 

alcohol. 

er was wijn, twee glazen. 

niet zo veel, maar oh zij. ze deed iets met me, en nu is het over. klaar. ik huil mezelf in slaap. ik lach erom. ik dans ervoor. stiekem voor haar, maar meer voor mezelf. ik dans in mij alleen en niemand die het ziet. vroeg of laat moet ik over haar heen komen. is het al zo ver? ben ik er klaar voor? ik wil niet. ze heeft iets achtergelaten. de geur van haar adem, de geest van haar aanwezigheid, de tinteling van haar hand op mijn rug. niet mijn blote rug, ik heb haar nooit gezien. het mag dan wel over zijn, maar mijn hoofd schudt al 'nee' voor ik het heb gedacht. nog even niet. alleen haar gezicht, de kleur van haar haar. niets is gebleven, ik heb niets. alleen de herinnering van haar en daar dans ik op, terwijl de nacht wegglijdt, en ik mezelf uit het oog verlies.

donderdag 2 juli 2015

one slow dance, love


and i drink up bottoms
drink up bottoms
for you, babe

so wil you dive in with me, baby?
'cause you're my baby
but then i shot you down, but you're my baby
you're my baby

...
will you stay, right?
when you know that we never met, right?

dinsdag 23 juni 2015

'genoeg' denk ik, terwijl ik in mijn nieuwe stoel zit en mijn ogen dichtknijp. het is genoeg geweest.

keer op keer draaide ik om haar heen. geen woorden maar wel lachjes kwamen eruit. sorry's en all that. over en over probeerde ik er een draad aan haar ongrijpbare persoon vast te knopen, maar ze pakte hem niet. mensen horen niet alles van anderen te verwachten, zo zit de wereld niet in elkaar. niemand zal letterlijk alles voor iemand over hebben en uiteindelijk, hoe tesamen dan ook, is iedereen echt alleen. en ik ben moe.

geanimeerd geflirt. lopende gesprekken. gelach en een zachte stilte. een zon en een autorit. alles was afstandelijk en voorzichtig. durfde ze niet? of wilde ze niet? een stilte en een dip. een tweede afspraak en een afzegging. tranen, stilte en alles wat niet gezegd is.

ze was nooit echt de mijne geweest.

maandag 15 juni 2015

over onsterfelijkheid

vandaag sneed ik mezelf aan een broodmes. het was een klein sneetje waar verbazingwekkend veel bloed uit kwam, maar daar gaat het niet om. de koude straal water uit de kraan stelpte het bloeden en daarna plakte ik een pleister. nu net, er op vertrouwend dat het bloeden wel was gestopt, trok ik voorzichtig de pleister eraf en bekeek de snee nog eens aandachtig. en een onmogelijk besef sloeg me in mijn gezicht.

ons eigen lichaam is alleen zo kwetsbaar als we zelf denken als het is. onze huid lijkt afdekfolie. sterk, maar niet onmogelijk te schaden. zo is niets van ons echt onsterfelijk, alles van ons zal op een gegeven moment vergaan. onze vingers, navels, organen binnen in ons lichaam, ons haar en onze botten zullen met de tijd verdwijnen. in feite blijft er niets van ons over, behalve stof die langzaam zal wegzakken in de aarde.

maar.

het feit dat we bestaan, dat we denken, zien, voelen en weten dat we hier zijn, is iets. een ongrijpbaar iets wat niemand ooit in zijn compleetheid zal kunnen omschrijven. het zijn. de aanwezigheid en onzichtbare afdruk die we op de wereld achterlaten. deze zal nooit echt vergeten worden. niet iedereen zal onthouden wie je was, maar altijd wel iemand. mijn zusje, mijn achternicht, ik had ooit een oma, mijn bet-overgrootoma; altijd wel iemand.

niets van ons is onsterfelijk, behalve wijzelf.

zondag 7 juni 2015

alles zit in mijn hoofd en ik voel het ronddraaien. 
een eindeloze rotatie van twijfels, angsten, twijfels, angsten. 

stop. 
stop. 
genoeg. 

misschien is het maar beter zo. ik ben er klaar mee. daar ga ik spijt van krijgen. ik kan het niet. niet stoppen. wel stoppen. ik doe alsof je niet bestaat. je bent er nooit geweest. en toch ben je er. ik spiek en ik gluur en je bent er. je bent niet weg. ga weg uit mijn hoofd. 

rust. 
ik wil rust. 
geen angstrotatie. 
stop. 

voor ik gek word. voor ik in het diepe val. of lig ik dat al? voor ik mezelf uit het oog verlies. voor ik begin te drinken om twee uur 's middags in de zon. voor ik begin te roken in de achtertuin tegen een blauwe hemel aan. voor ik in cirkels wegfiets, de trein neem en niet meer terug kom voor jou, ook al stond je er in je leren jasje, in je blauwe spijkerbroek, in je volledigheid en ik was er niet.

dinsdag 2 juni 2015

“Ik hoop dat je ooit
het antwoord zult zijn,
in plaats van de vraag.”

 
dromendrinkenalsontbijt

donderdag 7 mei 2015

kronkelt

I.
ik wil je zo graag.
zien,
voelen,
proeven,
verkennen,
schuilen,
dragen,
nemen,
geven.
ik ben niet verliefd.
echt niet.
ik ben toch zo irrationeel.
ik ben niet verliefd,
nee hoor.

II.
maar stel nou, stel nou.
is dit hoe het voelt?
het gek gedreven worden van haar twee maanden niet zien?
het constante harde missen van elkaar in een sleur?
het aanstellerig zwemmen in stemmingswisselingen en onzekerheden?
het tot diep in de nacht wachten op het geruststellende woord?
het achteloos reizen door tijd zodat vier maanden net vier dagen lijken?
stel, ik voel dit.
ben ik het dan?

III.
"je bent een goede vriend om te hebben"
ik draai me om in bed en ik snik.
het is niet genoeg.
gewoon niet genoeg.
ik knijp mijn ogen stijf dicht,
probeer me een bos in te beelden.
je gezicht drijft langs.
mijn concentratie verslapt
en ik trek aan mijn haar.
ik voel niets en ik voel te veel.
ik voel alles wat ik niet wil voelen
en alles wat ik niet mag voelen.

zondag 3 mei 2015

het waait en ik loop langzaam. het voelt warm en vochtig. ik draai een rode paraplu in mijn hand, gewoon voor de zekerheid. ik passeer een perkje vol paardebloemen en een paar wilde eenden, en ik herinner me: vorig jaar deed ik ook zoiets, twee weken later. een e-mail was er, en een hoofd vol twijfels. 
ik werd gek toen,
van angsten en gedachten.
ik wil nooit meer zo zijn.
ik beloofde mezelf:
dit mag me echt
nooit meer overkomen.


dit jaar loop ik dezelfde route. niet zo bang en niet zo gek, wel de twijfels, dar wel. dat hoort erbij, vertel ik mezelf, en ik weet het ook. een ander persoon, een andere situatie. ik adem diep in en uit en loop door. ik snuif en de geur van door aarde opgezogen regen dringt mijn neus binnen. mijn vingers worden koud. ik voel me merkwaardig leeg. ik lijk in staat te zijn om honderd decibel te schreeuwen en tegelijkertijd honderd jaar meer te slapen. ik voel me anders nu.
ouder en beter,
al weet ik niet hoe. 


langzaam besluit ik mijn weg naar huis. 

de paraplu heb ik geen moment nodig gehad.